|
0
|
Beschrijving situatie
-
Stand van zaken: het gaat goed met de Duitse economie
De Duitse economie bloeit: het groeipercentage is redelijk hoog, de werkloosheid daalt en het begrotingstekort neemt af. De toenemende internationale risico's lijken vooralsnog beperkte negatieve effecten te hebben, want ook in het derde kwartaal van 2007 waren de groeicijfers robuust.

Tabel 1 (Bron: Destatis)
In de periode 2000-2005 lagen de groeicijfers in Duitsland tussen -0,5% en 1,5%. Sinds het najaar van 2005 gaat het aanmerkelijk beter. In 2006 lag het groeicijfer iets onder 3% (zie tabel 1).
In de eerste helft van 2007 was het gemiddelde Duitse groeipercentage 2,9%. Enkele deelstaten kwamen hier duidelijk bovenuit: Mecklenburg-Voor-Pommeren noteerde 4,0%, Beieren 3,5% en Hamburg en Saksen ieder 3,4%. Sleeswijk-Holstein (2%) en Berlijn (1%) deden het aanmerkelijk slechter.
Verschillende economische onderzoekers en het Duitse ministerie van Economie verwachten over geheel 2007 een gemiddelde economische groei van ongeveer 2,5%. Voor 2008 wordt een iets lagere groei van ongeveer 2,0% verwacht. De verlangzaming van de groei is een gevolg van gestegen internationale risico's (Amerikaanse kredietcrisis, gestegen olieprijs en hoge Eurokoers). De hoge Eurokoers vormt op dit moment nog geen probleem voor het Duitse bedrijfsleven, dat zich tegen valutarisico's heeft ingedekt. Op termijn kan een hoge koers moeilijker op te vangen zijn, omdat bestaande `hedges' dan aflopen. Aanvankelijk werd de Duitse economische groei vooral gedragen door de sterk aantrekkende export. Inmiddels is het vertrouwen van de Duitse consumenten en bedrijven zo ver gestegen, dat vooral de binnenlandse vraag en investeringen het groeitempo bepalen.
De verhoging van de BTW van 16% naar 19% per 1 januari jl. lijkt slechts korte tijd een merkbaar effect op de bestedingen te hebben gehad: consumenten hebben duurzame consumptiegoederen vóór de jaarwisseling gekocht, wat heeft geleid tot hogere consumptieve bestedingen in het laatste kwartaal van 2006 en lagere bestedingen in het eerste kwartaal van 2007. Een duurzaam effect in de vorm van lagere omzetcijfers of een significant hogere inflatie is niet aanwijsbaar. De inflatie is in de loop van het afgelopen jaar licht toegenomen, tot 2,4% op jaarbasis in oktober.

Tabel 2 (Bronnen: Destatis, Bundesagentur für Arbeit)
De Duitse werkloosheid is nog steeds hoog, maar loopt sterk terug (zie tabel 2). In januari 2006 waren er, seizoensgecorrigeerd, ruim 4,8 mln. werklozen. In oktober van dit jaar waren het er `nog maar' ruim 3,6 mln. - een vermindering met 25%. Het werkloosheidspercentage bedraagt nu gemiddeld 8,2%, met grote verschillen tussen de deelstaten. In Saksen-Anhalt, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Berlijn ligt het percentage boven 14%, terwijl de werkloosheid in Rijnland-Palts slechts 5,8% bedraagt en in Baden-Württemberg en Beieren zelfs slechts 4,4% resp. 4,5%. In sommige sectoren, zoals onder ingenieurs voor de industrie, beginnen zich tekorten af te tekenen.
De langdurige werkloosheid daalt eveneens, van gemiddeld 4,6% in het eerste kwartaal van 2006 naar gemiddeld 3,8% in het tweede kwartaal van 2007. Deze daling wordt gezien als het gevolg van onder andere de gematigde loonpolitiek en de arbeidsmarkthervormingen onder de titel `Agenda 2010'van de regering-Schröder.
In absolute cijfers stijgt de Duitse staatsschuld nog. In 2006 bedroeg deze bijna € 1570 mrd., 67,5% van het BNP. De stijging van de schuld neemt echter snel af, dankzij stijgende overheidsinkomsten, onder andere uit belastingen, en het consolideringsbeleid van minister van Financiën Steinbrück. Sinds 2006 daalt de Duitse staatsschuld als percentage van het BNP (zie tabel 3).

Tabel 3 (Bron: Destatis)
Tabel 3 laat zien dat het Duitse financieringstekort in de afgelopen jaren sterk is gedaald. Voor 2007 wordt voor Bond, deelstaten, gemeenten en sociale verzekeringen samen zelfs een klein overschot verwacht. In het voorjaar van 2007 is de excessief tekortprocedure die in het kader van het Europese Stabiliteits- en Groeipact tegen Duitsland liep beëindigd. De begroting van de Bond, dat wil zeggen de begroting van de federale regering zonder deelstaten, gemeentes en sociale verzekeringen, zal naar verwachting uiterlijk in 2011 in evenwicht zijn.
-
Kans: een goede internationale concurrentiepositie
Duitsland is een erg open economie. De waarde van de export vertegenwoordigt ruim 40% van het BBP. Twee indicatoren wijzen erop dat de sterke internationale concurrentiepositie van Duitsland in de komende tijd zal kunnen voortbestaan.
-
Ten eerste groeit de Duitse export sterk. In 2006 steeg de export van goederen en diensten met 12,5%. In 2007 wordt een groei van 7,8% verwacht, in 2008 6,5%. Tot en met dit jaar is Duitsland in absolute termen de grootste goederenexporteur ter wereld. Vanaf 2008 lijkt China deze plaats in te zullen nemen. De hoge Eurokoers lijkt de Duitse export tot nu toe niet te schaden, maar kan op termijn tot verzwakking van de positie ten opzichte van exporteurs uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Azië schaden.
-
Ten tweede stijgt de Duitse positie op internationale ranglijsten die vestigingsplaatsfactoren vergelijken. Het World Economic Forum zet Duitsland in zijn ranglijst voor 2007/8 op plaats 5, na de VS, Zwitserland, Denemarken en Zweden en na het in 2005 en 2006 plaats 6 resp. 8 te hebben toebedeeld. Op de World Competitiveness Index van het IMD in Lausanne is de verbetering van de Duitse concurrentiekracht duidelijker zichtbaar: het IMD plaatst Duitsland in 2007 op plaats 16, tegenover plaats 26 in 2006.
De Duitse comparatieve voordelen bij de export liggen bij de kwaliteit van het aanbod en bij de productmix. Hoewel de opkomst van nieuwe economieën vaak als een bedreiging voor de Duitse economie wordt gezien, moet worden vastgesteld dat Duitsland op dit moment profiteert van de economische groei in landen als China, India, het Midden-Oosten, Rusland en andere Oost-Europese landen: de investeringen in deze landen leiden tot een groeiende vraag naar bijvoorbeeld machines, voertuigen en energie-efficiënte technologie - en juist op deze gebieden is Duitsland sterk. Indien Duitsland er niet in zou slagen zijn positie als kwalitatief leidende producent van diverse investeringsgoederen te behouden, zou de opkomst van de nieuwe economieën zich wel tot een bedreiging voor de Duitse economie kunnen ontwikkelen.
De typische productmix maakt Duitsland gevoelig voor schommelingen in de internationale conjunctuur: bij een neergang neemt de vraag naar investeringsgoederen snel af, terwijl deze bij een opgang relatief langzaam op gang komt.
Wie de Duitse economische structuur internationaal vergelijkt, komt tot de conclusie dat de infrastructuur en het ontwikkelingsniveau van het bedrijfsleven de meest in het oog springende sterke punten zijn. Zwakkere punten zijn de inflexibiliteit van de arbeidsmarkt, de houdbaarheid van de openbare financiën op langere termijn en het relatief lage en regionaal gedifferentieerde onderwijsniveau.
De goede economische ontwikkeling heeft inmiddels tot een tekort aan gekwalificeerde werknemers in bepaalde sectoren geleid, wat de Duitse economie zou kunnen gaan schaden. Ter bestrijding van het tekort aan gekwalificeerd personeel in de machinebouw en de elektronica is in deze sectoren het beleid ten aanzien van de instroom van arbeid gewijzigd en is per 1 november 2007 de zgn. `arbeidsmarkttoets' komen te vervallen. Daarnaast mogen buitenlandse afgestudeerden van Duitse onderwijsinstellingen vanaf die datum gedurende drie jaar na hun afstuderen in Duitsland werken. ___________________ Stand: November 2007

|
|
|
 |